Het is even stil. De groep kijkt ons verwachtingsvol aan. Het geluid van rinkelend roestvrij staal verbreekt de stilte als Karlijn en ik – enigszins verbluft – onze cuppinglepels met een klap op tafel neerleggen.
We zijn naar aanleiding van ons boek Theeroutes voor een verlate masterclass op theeplantage Het Zuyderblad. Na een rondleiding over de plantage van oprichter Linda is het tijd voor een cupping. Hiervoor hebben we zes verschillende, maar van dezelfde plantage uit Georgië afkomstige groene theeën meegenomen. Eén thee, een al lang niet meer verse, muffe groene thee die niet meer verkoopbaar is, hebben we ertussenuit gehaald. Tot plots het idee voor het experiment ontstaat: we zetten hem terug.

Na onze uitleg over cuppen gaan de deelnemers voortvarend aan de slag. Er wordt geslurpt, gediscussieerd en gelachen. Een oefening die leerzaam is voor hen én, zoals zal blijken, voor ons. Op onze vraag welke thee de deelnemers de beste vinden – smaak is, anders dan kwaliteit, tenslotte wél subjectief – kiest de groep bijna unaniem de oude, bittere thee.
Mijn gedachten draaien rondjes. “Hoe dan?” Karlijn kijkt me vragend aan: “Wat gaan we zeggen?”
Als het in Nederland op smaak aankomt, is ambachtelijk en puur het nieuwe credo. Zo is koffie allang geen bakkie pleur meer. Thee blijft achter, het is het spreekwoordelijke ondergeschoven kindje. Tot zover niets nieuws onder de zon, maar dit hadden we niet verwacht. Het is een verrassend, maar toch ook interessant resultaat. Wat zegt dit over onze deelnemers? Over ons? Over smaakbeleving in het algemeen?
“De groep kiest bijna unaniem voor de oude, bittere thee”
Ik denk aan het restaurant aan de haven van Scheveningen waar ik al jaren regelmatig kom. De familie die het runt is trots op de verse producten, de goede wijnen en de met zorg uitgekozen koffie. Maar dan de thee: goedkope rommel die chemisch ruikt en echt niet meer kan. Pogingen om mijn verbazing uit te spreken, stuiten op onbegrip. “Niemand klaagt, dus waarom zouden we het veranderen?” De oude, bekende reflex die we vroeger ook zagen in de opkomende discussies over koffie.
En dan valt bij Karlijn en mij het kwartje. Onze deelnemers hebben niet de slechte thee eruit gepikt omdat ze geen smaak hebben, maar omdat dit hun referentiekader is. Dit is wat ze dagelijks geserveerd krijgen en wat ze herkennen. Het is die onwetendheid over thee en hoe thee ook kan smaken, die er debet aan is dat consumenten accepteren wat ze aangeboden krijgen. Al die mooie thee die ik tijdens mijn reizen ontdek, terwijl hier thuis nog zoveel werk te verrichten is. Ik bestel aan de haven uit verzet geen thee meer. En dan gebeurt er iets. De familie vraagt me waarom ik geen thee meer drink. We komen er wel! Iedere stap is er één.
